Uit de praktijk
Een zeer zieke man wordt bij ons binnengebracht. Hij heeft intensieve zorg nodig, die we hem gelukkig kunnen bieden. Meneer spreekt alleen Pools. Met een vertaalapp proberen we duidelijk te krijgen of er familie is. Ja, zijn vrouw woont in Polen en belt hem vaak. Ze is inmiddels, als passagier in een oud busje, onderweg naar Nederland, zonder geld, zonder extra kleding en zonder vaste verblijfsplaats. De volgende dag arriveert ze in het hospice. Ook zij spreekt alleen Pools.
Met de weinige kracht die meneer nog heeft, vertelt hij haar over zijn situatie. Hij spreekt over zijn ziekte en zijn diepe verdriet, terwijl hij de hand van zijn vrouw stevig vasthoudt. Beiden realiseren zich dat het afscheid dichtbij is en het valt hen loodzwaar. Sterven in een vreemd land, ver weg van je kinderen en familie… Er is simpelweg geen geld om hen over te laten komen.
Samen met de echtgenote proberen we duidelijk te krijgen wat hun wensen zijn rond het overlijden en daarna. Gelukkig hebben we inmiddels een Poolse vertaler gevonden, zodat de gesprekken minder moeizaam verlopen. We vragen of er behoefte is aan bijstand door een geestelijke. ‘Ja, heel graag’. Wat is het dan fijn dat de verpleegkundigen een Poolse pastoor vinden, die de ziekenzalving op korte termijn kan verrichten. Het echtpaar is dankbaar dat dit ook hier in Nederland mogelijk is. De verpleegkundigen vragen door, ondanks dat dit gesprek zo moeilijk is. ‘Hoe zien jullie de uitvaart voor je?’ Het antwoord is ‘kunnen jullie ons helpen?’ Een collega-verpleegkundige weet de weg in uitvaartland en bespreekt de wensen, mogelijkheden en de kosten ervan. Uiteindelijk lukt het om voor een minimaal bedrag een waardig afscheid te organiseren. De wens van mevrouw is om, met de as van haar man, terug te gaan naar Polen, waar de kinderen en kleinkinderen op haar wachten. De crematie van meneer zal in België plaatsvinden, zodat mevrouw niet lang op de as zal moeten wachten. In Nederland is de wachttijd vaak een maand.
Al onze bewoners met hun families gaan ons aan het hart. Toch is deze situatie heftig voor ons. De hulpeloosheid van deze mensen maakt dat we graag een stapje verder lopen. Zaken die we normaliter niet regelen, proberen we nu, samen met dit echtpaar, op te pakken.
En dan overlijdt meneer in bijzijn van zijn vrouw en de verpleegkundige. Het verdriet is immens en voelbaar in de kamer. Mevrouw vindt het fijn om te helpen bij de verzorging van haar man. Ze trekt hem de mooiste kleding aan die ze heeft kunnen vinden. Met veel moeite doet ze zijn trouwring af en geef er een kus op, schuift deze om haar vinger en brengt rozenkrans aan op zijn gevouwen handen. Het afscheid valt erg zwaar, ook al was het verwacht. Twee dagen later is de uitgeleide vanuit het hospice. De verpleging, de vrijwilligers, enkele mensen van de Poolse gemeenschap vormen een haag. Er wordt muziek afgespeeld en er worden bemoedigende woorden gesproken. Naast het enorme verdriet heerst er dankbaarheid bij de vrouw, dankbaarheid dat dit allemaal kon. De volgende dag gaat één van onze collega’s met de ashouder naar de vrouw. Zij ‘woont’ in een kamertje van drie bij drie meter, hier verbleef haar man tijdens zijn verblijf in Nederland. De vrouw bedankt ons meerdere malen en biedt (zeer zeer) sterke koffie aan. Morgen gaat ze naar huis, terug naar Polen…